We zijn mens maar we leven veelal in een dingenwereld. Laten we dat proberen uit te leggen.
Een ding heeft geen gevoel, noch veel waarde. Een ding is een voorwerp. En een mens kan gemaakt worden tot een ding.
Je ziet dat in groteske vorm in een oorlog. Voordat de ene mens de andere zal doden, zal de ander eerst in een ding gemaakt moeten worden. Dat gebeurt door generalisaties die los staan van het menselijke individu. "Zij zijn slecht, zij zijn de vijand en verdienen het gedood te worden". Wat de dodende soldaat meestal niet door heeft, is dat die zichzelf ook tot een ding moet maken. Waar gevoel essentieel is in de mensenwereld, is gevoel in de dingenwereld te afleidend.
Een soldaat die een moeder met kinderen moet doden van de baas, zal zijn eigen gevoelens uit moeten schakelen en daarmee zichzelf tot een ding moeten maken. Als hij/zij/die zijn gevoel en mens-zijn niet zou uitschakelen, zou de soldaat gevoel hebben voor die ander.
Daarom zien we ook zoveel onmensen in een oorlog ontstaan. Eerst is die ander een ding die uitgeschakeld moet worden; dat kan alleen als je van jezelf een ding maakt en vervolgens gaat het van kwaad tot erger. Want als eenmaal het mens-zijn uitgeschakeld is, lijkt er geen grens meer te zijn aan de wreedheid die uitgeoefend wordt.
Je ziet in oorlogen ook dat het niet gaat om menselijke individuen. Als er al sprake is van een individu, wordt dat altijd gezien in het kader van een groep.
De persoon is onderdeel van de vijandelijke groep en niet de bakker op de hoek die juist helemaal niet bezig was met politiek en stellingname. Deze bakker spande zich alleen maar in om wat geld te verdienen, zodat de kinderen naar school konden en zijn/haar/diens dochter een fijne verjaardag had.
Oorlog is de groteske vorm. Maar het de ander tot een ding maken, zit heel diep in hoe we omgaan met elkaar.
Een nivo lager bijvoorbeeld, zie je dat heel erg terugkomen in de maatschappelijke polarisaties. Als er sprake is van polarisatie, is er sprake van twee of meer werelden die tegenover elkaar staan en waarbij de deelnemers aan die werelden overtuigd zijn dat die ander fout is en daarom bestreden mag en zelfs moet worden.
Dat mag dan, zoals we veel te veel zien, gepaard gaan met directe beschadigingen aan die ander. Dat die ander daar leed van ondervindt, doet er niet toe. Andermaal is die mens tot een ding gemaakt. Dat ding is fout en moet zich maar aanpassen. Of die mens dat nou kan of wil of in past of niet, dat doet er niet toe.
Ook hier geldt hetzelfde: als iemand de ander tot een ding maakt, doet die dat ook ten opzichte van zichzelf. Binnen die gepolariseerde groepen neemt men elkaar namelijk ook de maat en moet men voldoen aan de standaard van de groep. Zo niet, dan vindt ook daar weer in meer of mindere mate geweld plaats.
Dingen tegenover dingen dus.
Het verschil met de mensenwereld. Een mens heeft gevoelens en emoties. Maar ook een unieke geschiedenis, een unieke toekomst en bovenal unieke dromen, wensen en verlangens.
Hoop, vooruit willen, compassie, vriendelijkheid, samen zijn, om maar wat te noemen, hoort bij het spectrum aan menselijke gevoelens. Op plekken waar hiervoor geen plek meer is, is er waarschijnlijk een dingenwereld. En dat gebeurt veel meer dan je zou denken.
Eigenlijk zou je best kunnen stellen dat als er veel sprake is van "moeten" en "er sterk iets van vinden", de neiging ontstaat dat er afgegleden wordt naar de dingenwereld. En mensen kunnen daar een heel leven lang in rondhangen zonder daarvan bewust te zijn.
Ok. Nou kun je zeggen: ik leef niet in een oorlog en houd me verre van de polarisaties. Maar het schuiven tussen ding en mens zit diep ingebakken en we hebben het vaak niet door.
Een voorbeeld: iemand die allerlei verwachtingen voor zichzelf heeft, kan zichzelf zonder het te beseffen in een ding veranderd hebben. Wordt er niet voldaan aan die verwachtingen, dan kan dat zomaar reden zijn om zichzelf te straffen met negatieve benadering, zelf afwijzing of zelfkritiek.
Dat kan via een innerlijke criticus, of innerlijke strengheid, etc. maar het kan ook naar buiten gaan, richting een ander mens die dan ook opgeschoven wordt richting ding-zijn. Die ander moet dan ook aan allerlei verwachtingen gaan voldoen en als die dat niet doet, is dat reden voor afwijzing, teleurstelling, noem het maar op.
Het is een glijdende schaal die vaak niet bevraagd wordt en waar nauwelijks echt bewust rekenschap van gegeven wordt.
Ook op veel kleinere schaal zoals in een familie. Hoe vaak zien we niet families waar men over en weer allerlei verwachtingen heeft en als iemand daar niet aan voldoet, er ruzies ontstaan?
Die ruzies in de dingenwereld gaan altijd gepaard met dat die ander zich anders moet gedragen, anders moet zijn, verkeerd is, etc. Die ander wordt niet gezien als een mens met eigen behoeftes en een eigen pad, maar als een ding dat zich moet voegen in een systeem.
Opnieuw dat woord "moet". "Moeten" past heel goed in de dingenwereld.
Je ziet dat net zo goed in relaties. Relaties kunnen een vorm hebben die voornamelijk in de dingenwereld past of een vorm die zich meer in de mensenwereld past. Als er veel verwachtingen zijn, als die ander gezien wordt als provider voor een behoefte, als er veel "moeten" in de relatie zit, of als er veel "gevonden wordt" van elkaar, ook als er veel onenigheid is, of beperkte uitdrukkingsmogelijkheden, is er wellicht sprake van een relatie in de dingenwereld.
Je ziet dat ook weer terugkomen bij werk. Werken kan in een dingenwereld plaatsvinden en zal dat gedeeltelijk ook moeten. Maar zo lang er genoeg ruimte is voor jezelf, je creativiteit, je inbreng, andere belangrijke behoeften die je als mens kunt hebben, is het prima. Als daar te weinig mogelijkheden voor zijn, zul je jezelf (wellicht onbewust) meer als ding ervaren. Je verliest dan waarschijnlijk ook respect voor jezelf. In het mensen domein is (zelf)respect een natuurlijk gegeven.
Als een relatie voldoende rekenschap geeft van de gevoelens van een ander en voldoende ruimte biedt dat die ander kan bewegen en niet altijd aan allerlei normen en waarden moet voldoen, dan is er meer sprake van een mensenwereld.
Overigens: dingenwereld en mensenwereld loopt door elkaar. Het heeft alles te maken met de ruimte binnen de vorm. Voel je je opgesloten, om maar wat te noemen? Dan zit je waarschijnlijk te veel in een "ding".
Zolang je nog kunt bewegen binnen de vorm met mogelijkheden voor je gevoel en met een gevoel van jezelf zijn, zal er altijd een stukje mens aanwezig zijn in het ding/de dingenwereld.
Het grootste voordeel van de dingenwereld is dat het de wereld overzichtelijk maakt. Slaat het door dan neemt het leven en menselijkheid weg.
De mensenwereld is complex. Daar spelen gevoelens een rol, die kunnen op zich al complex zijn. Maar ook individuele uitdagingen, verlangens, wensen, behoeften, dromen, hebben daar een plek en alles bij elkaar is dat complex.
Vraagstukken als zingeving horen bij de mensenwereld. Ook is er in de mensenwereld altijd iets dat je nog niet kent, iets mysterieus, iets onbekends.
In de dingenwereld is de wereld afgebakend en gedefinieerd en moet er binnen kaders gebleven worden. Dat maakt de dingenwereld ogenschijnlijk veiliger dan de mensenwereld. Vandaar dat we er zo makkelijk in vertoeven. Maar het grote nadeel van de dingenwereld is dat er geen leven meer is, geen gevoel, geen diepte, geen ontdekking, geen gevoelde vooruitgang, geen echte bevrediging en zeker geen echt goed gevoel over jezelf.
Het goede gevoel in de dingenwereld ontstaat pas als je voldaan hebt aan verwachtingen, als je hebt kunnen doen dat per se moest en in feite de goedkeuring van een ander (wel of niet geïnternaliseerd) afgeeft. In de dingenwereld ben je makkelijk uitwisselbaar. Als je wegvalt, is er weinig aan de hand, want er komt een ander ding voor in de plaats. Als iemand wegvalt in de mensenwereld, valt er iets unieks weg, dat niet zomaar vervangen kan worden.
Een politieke instantie kan jou nooit zien als een mens, maar uitsluitend als een probleem, als een kiezer/bondgenoot of als een tegenstander. Dit voorbeeld zal snel in te voelen zijn.
Maar ook in goedbedoelende organisaties kan het heel erg fout gaan. Onlangs gaf psychiater Van Os een interview in NRC Handelsblad. Hij beschrijft dat het erg fout kan gaan in de GGZ, omdat mensen niet als een mens benaderd worden, maar als een ding. Hier wat quotes uit dat interview:
"...Volgens Van Os moet niet die diagnose, maar de eigen ervaring van mensen centraal staan."
Opmerking hierover: Diagnose legt een mens een dwingende vorm op en reduceert de mens tot ding. Overigens zien we dat in allerlei relaties gebeuren. Een uitspraak als: "Jij bent nou eenmaal zo", en "ik ben nou eenmaal zo" zijn ook een soort diagnoses en staat in de weg dat je mens bent en leeft, wat betekent dat er dan ook verandering is.
"...Terwijl je je eigen gevoel en ervaring nodig hebt om beter te worden.”
"...Je hebt eerst een verkennend gesprek nodig dat gaat over: wie ben jij? Wat zijn jouw gevoeligheden en talenten? Wat vind je belangrijk in het leven? En hoe kunnen we jou daarbij helpen?"
"...Dan is er sterk bewijs dat niet een bepaalde techniek het verschil maakt, maar vooral de aanwezigheid van een ander mens."
"Maar wat je het hardste nodig hebt, is iemand die je helpt een zinvol bestaan te ervaren."
"Behandelaars die zich alleen op de diagnose richten, „zien een hokje waar een mens zou moeten staan"
Dit is de link voor het volledige artikel.
Zeker niet. Het kan niet eens. Iedereen heeft rollen waarbij de functie in ieder geval tijdelijk voorop staat en dient te staan.
Waar het fout gaat, is als iemand zichzelf verliest in een functie of in een ding en zichzelf en het gevoel vergeet. Dat is vaak een glijdende schaal. Het wordt wel problematisch als iemand niet door heeft dat die in feite afgesneden is van zichzelf. Hoe meer iemand een ding wordt, hoe minder de zelfreflectie om te herkennen dat er misschien iets niet helemaal goed gaat.
Kenmerken die daarbij horen, zijn: onbestemd gevoel, weinig leven voelen, vooral heel veel moeten en druk zijn, ontevredenheid, veel opvattingen, een bepaalde hardheid ten opzichte van zichzelf en/of een ander, fatalistisch (het is nou eenmaal zo...), eenzaamheid. En zo zijn er nog wel wat.
In deze ontmenselijkende tijd, hebben we het nodig om menselijkheid en gevoel voeding te geven en te blijven oefenen. Juist ook met elkaar en samen ontdekkend.
Gevoel is cruciaal voor een mens. Zonder gevoel geen mens en geen leven. We nemen gevoel "als vanzelfsprekend", maar dat is het helemaal niet.
Gevoel moet ook aandacht krijgen om in leven te blijven en te verdiepen. Alles dat aandacht krijgt, groeit en verandert. Gevoel ook. Een mens dus ook.
Wil je je gevoel en mens-zijn meer aandacht geven? Het kan met energiewerk, met humor, lichtheid, vriendelijkheid, samen ontdekkend, met elkaar.
In de Jaartraining onderzoeken we samen met elkaar het thema Mens en Ding vanuit een groter perspectief. Wat doen alle bewegingen in de wereld met jouw systeem? Denk aan oorlog, racisme, gender, cultuurveranderingen en andere maatschappelijke ontwikkelingen. En hoe kun je mens blijven in een veranderende wereld. We werken met meditatie, visualisatie, delenwerk en oefeningen.
Heb je interesse in de Jaartraining, maar wil je eerst even overleggen? Mail Liesbeth om een gesprek in te plannen.
Deze training staat open voor wie minimaal Training 1B heeft afgerond.
18 lessen.
Inclusief readingcheck a 40 en persoonlijke ifs sessie a 95.
Tussendoor is er ruimte voor korte gesprekken en mailcontact met Liesbeth.
dinsdag
19:00 - 21:30
Utrecht13 en 20 oktober (online)
3 en 17 november
1 en 15 december
5 en 19 januari
2 en 16 februari
2, 16 en 30 maart
13 en 20 april (online)
4 en 18 mei
1 juni
klik voor kalender
895